Ik kletste met mijn oma over Internationale Vrouwendag

Ze werd negentig maar is daardoor zeker niet ouderwets.

Afgelopen weekend kwamen mijn oma, haar tien kinderen met aanhang, veel van hun kinderen (dat zijn er 23 in totaal) en een paar van de 26 achterkleinkinderen naar een afgelegen scouting gebouwtje in het Noordoosten van Groningen om oma in het zonnetje te zetten. Want zij werd negentig. Ik dronk oneindig veel thee, at door mijn oom gemaakte appeltaart en kletste met zoveel mogelijk mensen over mijn opwindende nieuwe leven in Amsterdam als stagiair bij Broadly.

Ik ken niet zoveel mensen van negentig jaar en ik kan me er ook maar weinig bij voorstellen hoe het is om zo oud te zijn. Omdat het 8 maart Internationale Vrouwendag was, vroeg ik me af of mijn oma – door ons leeftijdsverschil – op een hele andere manier naar deze dag kijkt dan ik. Of hebben we juist dezelfde mening over wat het betekent om vrouw te zijn?

In januari sprak een Broadly-collega met haar feministische oma, zo eentje die met andere feministen over vrouwenzaken vergaderde. Zo was mijn oma niet. Dat wist ik al wel, maar toen ik haar vroeg wat ze eigenlijk van de feministen in de jaren zestig vond, vertelde ze dat ze dat wel wat ver vond gaan. Het was niet zo dat ze het wel prima vond wat er van haar werd verwacht, maar ze accepteerde het wel, “want zo was het nou eenmaal.”

Oma en werk

Toen mijn oma ging trouwen werkte ze bijvoorbeeld op een kantoor. Na de grote dag werd haar meteen gevraagd wanneer ze zou stoppen met werken. Alsof ze het dan ineens zo druk zou hebben met getrouwd zijn dat er geen tijd meer over was voor typewerk. Uiteindelijk was dat misschien ook wel zo, met de tien kinderen die ze vervolgens kreeg. Maar dat had niemand kunnen voorspellen.

Dat mijn oma niet meer mocht werken, vond ze jammer. Daarom vindt ze het goed dat er een Internationale Vrouwendag is, vertelt ze me. “Er zijn al zoveel dingen veranderd sinds ik jong was, maar er moet ook nog heel veel gebeuren.” Erbij stilstaan op een speciale dag kan daarbij helpen volgens haar.

Zorgen voor kinderen

Ze vindt het belangrijk dat werkgevers ouders de ruimte geven om voor hun kinderen te zorgen. In de eerste jaren hebben kinderen volgens mijn oma alle zorg nodig die ze kunnen krijgen. Dat kinderen tegenwoordig altijd naar de kinderopvang worden gestuurd, vindt ze maar niks. “In de eerste jaren moet er voor het kind worden gezorgd, als zij dan naar school gaan, kan er wel weer volop worden gewerkt.”

Als ik haar vraag of dat niet net zo erg de taak van de vaders is, is ze het daar ook wel mee eens. Eigenlijk moeten er gewoon afspraken worden gemaakt. De ene helft van de week werkt papa, de andere helft van de week werkt mama. Maar ja, hoe doe je dat financieel? “Vroeger mochten we niet werken, nu moeten vrouwen juist werken, ook als ze dat niet willen.”

“Er zijn zelfs mensen die het zo doen dat de mannen overdag werken en de vrouwen in de avond. Dan leef je toch langs elkaar heen.” En dat kan niet de bedoeling zijn in een gezellig relatie.

Toen zij zelf jong was en haar gezin breidde uit, kwam al het werk op haar schouders terecht. Haar man, mijn opa, werkte elke dag en was dus veel minder thuis. Ze hadden met z’n tweeën dus een erg traditionele rolverdeling, zoals dat hoorde in die tijd.

Die twee uitersten – het niet mogen werken na een bruiloft tegenover twee mensen in een relatie die zich beide uit de naad werken – dat moeten we volgens mij oma niet zo willen. Niemand moet gedwongen worden iets te doen of juist laten. Oma wil dat iedereen zelf kan kiezen.

7 dochters

In de afgelopen 90 jaar heeft mijn oma een enorme – en nog steeds groeiende – familie om zich heen weten te verzamelen, dus ze weet waar ze het over heeft als ze praat over het opvoeden van kinderen. Terwijl wij kletsen over vrouwenzaken komt af en toe één van mijn tantes langs voor een kort gesprekje of een knuffel. Mijn oma heeft misschien niet het meest feministische leven achter zich liggen, ze heeft genoeg andere dingen om trots op te zijn.

Toen haar dochters oud genoeg waren om te gaan studeren en werken, was ze blij dat die mogelijkheden er voor hen waren. Vooral het feit dat haar dochters konden blijven werken, ook al maakten ze het officieel met de liefde van hun leven, vond mijn oma een hele goede ontwikkeling. Al was het toen ook wel zo dat het nou eenmaal zo was dat vrouwen gingen werken. Dat was toen normaal.

Heel normaal

Mijn oma ging dus lekker mee met de dingen die normaal werden gevonden en de dingen die je hoorde te doen. En dat doet ze eigenlijk nog steeds. Ik vind het normaal om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te willen, dat vindt zij ook. We vinden allebei dat vrouwen zelf moeten kunnen kiezen of ze werken, en hetzelfde geldt voor mannen. Internationale Vrouwendag is inmiddels ook normaal en ook daar gaat mijn oma in mee.

“Ik ben wel oud, maar ik ben niet dom!” zegt ze tegen me als het tijd is om cadeaus te geven en ik een einde maak aan ons gesprekje. Gendergelijkheid en een dag waarop dat wordt gevierd is in haar ogen net zo vanzelfsprekend als het krijgen van veel kinderen was toen zij jong was.

Terwijl mijn achternichtjes nog wat selfies van zichzelf maken, een zwangere nicht kletst met een andere nicht die haar peuter op schoot heeft en mijn tantes verticale foto’s maken van het feestgedruis, stap ik weer in de trein naar Amsterdam.

In de trein hoor ik hoe er bij iemand naast mij muziek van Beyoncé uit haar oortjes komt. Mijn oma vindt Beyoncé niet zo leuk, dat is niks voor haar. Ik bedenk me dat als oma de feministen van de jaren 60 al wat te ver vond gaan, ze het feminisme 4.0 van Beyoncé wel helemaal niet zal begrijpen. Maar dat geeft niet, zij had andere vrouwen, zoals Adèle Bloemendaal, om tegenop te kijken.

Delen: